UTRECHT - De registratie van een gemiste dopingtest door de Dopingautoriteit is geen bestuursrechtelijk besluit. Dat oordeelt de rechtbank Midden-Nederland in een zaak van een topsporter tegen de dopinginstantie. De Dopingautoriteit hoefde het bezwaar tegen de registratie van de whereaboutsfout daarom niet inhoudelijk te behandelen.
Gemiste dopingtest
De eiser in deze zaak is een topsporter en wordt daarom regelmatig door de Dopingautoriteit gecontroleerd op het gebruik van doping. Op 24 februari 2022 was hij niet aanwezig op de vooraf door hem aangegeven locatie waardoor hij een dopingtest heeft gemist. De Dopingautoriteit registreerde daarom dat er sprake was van een zogenoemde ‘whereaboutsfout’. De Dopingautoriteit vond uiteindelijk dat de registratie van een whereaboutsfout geen bestuursrechtelijk besluit is zodat daartegen geen bezwaar gemaakt kan worden. Daarom verklaarde de Dopingautoriteit het bezwaar van de topsporter ‘niet-ontvankelijk’.
Geen bestuursrechtelijk besluit
De rechtbank oordeelt dat de brief waarin is beslist om de vastgestelde whereaboutsfout te registreren geen bestuursrechtelijk besluit is. De reden daarvoor is dat de Dopingautoriteit geen wettelijke taak of bevoegdheid heeft om sporters te verplichten zich beschikbaar te houden voor dopingcontrole. De Dopingautoriteit voert deze taak namelijk uit op basis van de wereldwijd geldende anti-doping code. Dat is privaat verenigingsrecht en daarom valt het buiten het bestuursrecht en de toetsing door de bestuursrechter. Op basis van het verenigingsrecht kan de tuchtrechter beoordelen of de registratie van de whereaboutsfout juist is en of er een sanctie moet worden opgelegd.
De Dopingautoriteit is dus terecht tot de conclusie gekomen dat het bezwaar tegen de registratie van de whereaboutsfout niet inhoudelijk hoefde te worden behandeld. Ook de bestuursrechter komt om die reden niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vraag of die registratie juist was.